De vegetariër en veganist kennen we inmiddels allemaal, maar er is er nieuwe eetstijl in opkomst: de footprintarian, in het Nederlands ‘voetprintariër’. Wie eet als een voetprintariër maakt zijn voedselkeuzes op basis van de CO2-uitstoot. Interessant, want hoe doe je dat? We hebben de zes basisprincipes voor je op een rij gezet.

Heb jij nog nooit van de term voetprintariër gehoord? Dat kan kloppen, want die is vrij nieuw. Al komt hij ook weer niet helemaal uit de lucht vallen, zegt food designer en trendwatcher Marielle Bordewijk. “De laatste twee jaar staat de hele voedingswereld bol van vega en vegan. Eén van de motivaties om plantaardiger te eten, is om minder eco-impact te hebben. De voetprintariër focust zich nog specifieker op dit streven dat deels overlapt, maar deels ook net anders is. Een voetprintarïer denkt bij het maken van keuzes niet alleen aan zijn eigen gezondheid, maar dat van de hele planeet. Want het voedsel dat wij eten en produceren is voor 30 procent goed voor de wereldwijde C02-uitstoot. Dat is best een hoop.”

Benieuwd wat je vandaag nog kunt doen om te eten als een voetprintariër? Dit zijn de zes basisprincipes.

1. Een voetprintariër eet meer plantaardig

Een voetprintariër eet vaker plantaardig, want de CO2-uitstoot van bijvoorbeeld 100 gram peulvruchten ligt veel lager dan dat van 100 gram biefstuk. Minderen met dierlijke eiwitten is daarom de belangrijkste stap. Voordat jouw biefstuk of rollade op je bord belandt, heeft het al een heel proces achter de rug. Voor het houden van vee is namelijk veel land, water en voer nodig. Eén kilo rundvlees eten staat qua broeikasgas-uitstoot bijvoorbeeld gelijk aan 180 kilometer autorijden. “Dierlijke producten – denk aan kaas – hebben een grotere voetafdruk dan plantaardige,” zegt Bordewijk. “Voor veel mensen is helemaal geen vlees eten een moeilijke opgave. Toch maakt elke aanpassing verschil. Eet overdag bijvoorbeeld geen dierlijke producten meer op brood en maar drie tot vier keer per week een stukje vlees bij het avondeten. Dan bereik je winst als het gaat om CO2-reductie.”

2. Kies andere dierlijke eiwitten en bespaar CO2

Er zijn ook dierlijke eiwitten die een lage voetafdruk hebben. Een voetprintariër eet dus niet alleen maar plantaardig, maar kiest bijvoorbeeld wel kip boven kaas. Mosselen zijn volgens Bordewijk een CO2-slimme keuze. “Het zijn koudbloedige beesten die minder energie nodig hebben om warm te blijven. Maak daarom eens een lekkere spaghetti bolognese met mosselengehakt in plaats van rundergehakt. En als je toch voor vlees kiest, eet dan met name kip. Die hebben veel minder veevoer nodig dan runderen.”

3. Eet volgens de seizoenen

Lokaal en seizoensmatig eten is een eerste stap in de goede richting. Eet jij aardbeien in de winter? Daar doe je het milieu geen goed mee, want ze worden dan waarschijnlijk gekweekt in een kas. Daar is veel energie voor nodig. De supermarkten liggen bijna het hele jaar vol met producten die eigenlijk niet bij het seizoen horen. “Het helpt als je geen producten koopt die van ver met het vliegtuig komen”, zegt Bordewijk. Check daarom altijd het land van herkomst op het etiket. Volgens het Voedingscentrum zijn groenten als bloemkool, broccoli, tomaat, ui en prei het hele jaar door een duurzame keuze, maar kun je aardbeien, kersen, frambozen en bramen beter alleen in de zomer eten.

4. Drink vaker thee dan koffie

Minder goed nieuws voor de koffieverslaafden onder ons: jouw dagelijkse kopje draagt niet bij aan het verkleinen van je voetprint. En dan te bedenken dat wij Nederlanders de meeste koffie van iedereen ter wereld drinken. Koffie is alles behalve lokaal. De koffiebonen worden geïmporteerd en komen veelal uit Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Bij de teelt van koffie wordt volop gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen die niet alleen in het grondwater terechtkomen, maar ook schadelijk zijn voor de boeren die hiermee werken. Een voetprintariër drinkt daarom liever thee of water. Helemaal geen koffie meer drinken is een opgave, dus kies als je het doet altijd voor eentje met een keurmerk, zet je koffie zelf van verse bonen in plaats van pads of plastic capsules en gooi nooit een kopje weg. En: drink je koffie zwart.

5. Vervang rijst door aardappelen

De aardappel stond een tijdje in een negatief daglicht vanwege de hoeveelheid koolhydraten, maar steelt als het over duurzaamheid gaat absoluut de show. Dat komt ten eerste omdat ze ook gewoon in Nederland worden geteeld. De druk op het milieu is bij aardappelen laag als het gaat om broeikasgassen en het gebruik van land. Voor de teelt en opslag van aardappelen is niet veel energie nodig en de opbrengst per hectare is hoog. Bij rijst is dit het tegenovergestelde. Bij het telen van rijst heb je veel uitstoot omdat rijstvelden onder water worden gezet. Rijst heeft daarnaast een lagere opbrengst per hectare. Aardappelen mogen dus vaker op je bord belanden, als je wilt eten als een voetprintariër.

6. Laat voorverpakte maaltijden staan

Wist je dat we een derde van ons eten verspillen? Volgens Bordewijk kunnen we de CO2-impact met 10 procent verminderen door te zorgen dat we geen voedsel meer weggooien. Voetprintatiërs kopen daarom liever geen voorverpakte producten en maaltijden. “Voor deze producten wordt veel verpakkingsmateriaal gebruikt en ze zijn maar kort houdbaar, waardoor de kans dat je het weggooit groter wordt. Dit geldt ook voor snacks en kant- en klare maaltijden. Voor voorverpakte producten is veel meer vervoer, bewerking en materiaal nodig. Je denkt wellicht dat je heel goed bezig bent als je een vegan lunch bowl koopt, maar als je je voetafdruk wilt verkleinen, kun je thuis beter gewoon een boterham met pindakaas smeren.”

Lees meer over dit onderwerp