Al jaren vaart Kyra de Vreeze haar eigen koers. Toen bijna niemand nog van de studie natuurgeneeskunde had gehoord, meldde ze zich als 18-jarige aan. En toen veganistisch eten nog in het hokje ‘geitenwollen sok’ zat, kookte ze al de plantaardige sterren van de hemel. “Ik wil niet met een vingertje wijzen, maar inspireren om anders te koken dan je misschien gewend bent.”

Is gezond eten jou met de paplepel ingegoten?

“Eigenlijk wel. Ik ben geboren op Curaçao en heb daar ook de eerste jaren van mijn leven gewoond. Eén van de eerste dingen die mijn moeder voor mij maakte, waren smoothies van papaja, mango en vers kokoswater. Ze houdt heel erg van koken en werken met verse producten, dus maakte ze alles zelf. Voor mij was dat de normaalste zaak van de wereld. Mijn vader heeft daar geen bijdrage aan geleverd. Tot zijn 45ste kon hij nog niet eens zelf een ei bakken – haha!”

Wanneer besloot je veganistisch te gaan eten?

“Op mijn derde zei ik tegen mijn moeder dat ik geen vlees meer wilde eten, ik spuugde het gewoon uit. Omdat eigenlijk iedereen op Curaçao vlees eet – kip is daar net een groente – moest ik gewoon eten wat de pot schafte. Ik was een jaar of 14 toen ik de keuken indook om vegetarisch te koken. Wat ik kookte, was een beetje puberaal en niet zo gezond. Meestal bakte ik gewoon een vegetarische burger bij wat ik normaal at. Deze manier van eten heb ik volgehouden totdat ik op mijn 18de begon met de opleiding voor natuurgeneeskunde en ging reizen. Ik leerde andere eetgewoontes kennen en werd steeds creatiever. In die tijd waren kwark en honing de enige dierlijke producten die ik nog at. Op een gegeven moment dacht ik: ‘Waarom laat ik dat ook niet staan?’ Een jaar of vijf heb ik strikt veganistisch gegeten. Toen ik zwanger was, gaf mijn lichaam ineens aan dat ik dierlijke producten nodig had om goed te functioneren. Mijn behoefte veranderde, omdat mijn situatie veranderde. Ik moest een nieuw mens bouwen. Nadat ik het idee een tijdje had laten sudderen, ben ik op zoek gegaan naar de beste en meest diervriendelijke keuzes. Een goede beslissing, want daardoor voelde ik me weer krachtig en functioneerde mijn lichaam beter.”

2018 werd het jaar van de veganist genoemd. Steeds meer mensen zijn veganistisch gaan koken. Zijn we dus steeds gezonder?

“Ik zeg altijd dat veganistisch niet gelijk staat aan gezond. Er zijn ook echt veganisten die alleen maar veganistische fastfood eten. Maar dat we meer georiënteerd zijn op groente, vind ik een fantastische ontwikkeling. In het eetpatroon dat we tienduizend jaar geleden hadden, speelde groente al de hoofdrol. We aten toen onbewerkt en voornamelijk planten, hier en daar aangevuld met iets dierlijks als dat mogelijk was. Vanwege de industrialisatie en de massaproductie zijn we daarvan afgestapt. De tendens is nu dat we daar weer naar terugkeren. Het probleem is alleen dat mensen daar dogmatisch van worden. Als je veganistisch eet, vindt men het een grote zonde als je iets doet wat niet binnen dat hokje past. Daardoor voelt dat ook zo.”

Het mag dus allemaal wat losser?

“Ja, absoluut. Erg gefocust zijn op gezond eten zorgt voor een neurose. Dat kan nooit gezond zijn. De keuze voor voeding moet meer van binnenuit dan van buitenaf komen. Je moet iets eten omdat je voelt dat je het nodig hebt en niet omdat een ander je dat vertelt.”

We worden overspoeld door voedingshypes. Hoe zorg je dat je je eigen koers blijft varen?

“Door niet te veel te volgen wat anderen doen. Er zijn veel moderne voedingsdeskundigen die populair zijn door hun eigen manier van eten en leven. Het is makkelijk om te denken: ‘Dat kan ik kopiëren en op mijn eigen situatie plakken.’ Helaas werkt dat niet zo. De meeste mensen worden daar ongelukkig van, omdat het niet haalbaar is of niet goed blijkt te voelen. Het hoeft ook allemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Als je teruggaat naar wat de basis is van gezonde voeding, kom je uit bij een voedingspatroon met verse producten, van goede kwaliteit en zoveel mogelijk uit het seizoen. Michael Pollan is één van de mensen die daar de duidelijkste boodschap over heeft: ‘Eet echt eten, niet te veel en voornamelijk planten.’

Wat zou er meer op het bord van de gemiddelde Nederlander moeten liggen?

Seizoensgroenten. We zouden meer moeten eten van wat er op dit moment beschikbaar is. Omdat seizoensgroenten nu groeien, bevatten ze meer voedingsstoffen en mineralen. Ze hoeven namelijk niet in een kas te groeien, maar staan gewoon in de volle grond. Eet je meer seizoensgericht, dan eet je automatisch ook veel duurzamer. Er zijn een heleboel leuke groente- en fruitwijzers die vertellen wat er op dit moment in het seizoen is. Eattheseasons.com is een website met zo’n handige wijzer. Je kunt je daar goed door laten inspireren. Je favoriete zomerse gerecht kun je verwinteren door alleen de groente te veranderen of door noten toe te voegen die in de herfst en winter beschikbaar zijn.”

Foto door Gijs Versteeg