Peterselie in de soep, chilipoeder bij je bruine bonen: sommige combinaties zijn zo standaard, daar denk je niet eens meer over na. Heus smaakvol, maar ook saai. Tijd om je gerechten spannender te maken! Maar hoe? Twee koks vertellen met welke kruiden en specerijen we vaker moeten strooien.

Grote kans dat jij thuis bijna dezelfde kruidenpotjes hebt staan als bij je moeder. Hoog tijd dus om je kruidenkast te upgraden! “Neem eens de tijd om te experimenteren met kruiden”, zegt Michel Hanssen. Hanssen is SVH meesterkok en auteur van het boek ‘Spice Wise, koken met kruiden- en specerijenmix zonder zout’. Zijn boek onderstreept die boodschap, hij laat hierin zien hoe je lekkere mengsels kan maken van basiskruiden. Deborah Megens is kok, herborist (kruidenkundige) en auteur van het onlangs verschenen boek ‘Kruiden. Kweken en koken, binnen en buiten.’ In haar boek legt zij uit hoe je heel makkelijk zelf kruiden kweekt, oogst, bewaart én gebruikt in gerechten. Wij vroegen deze kruidenkenners welke zes kruiden en specerijen een echte toevoeging voor het koken zijn.

1. Chipotle

Michel Hanssen: “Chipotle is gerookte jalapeñopeper. Het heeft een hele specifieke pepersmaak en knalt meer dan chilipoeder. Lekker als je een pikant sausje maakt en het wat een peperige, aardse rooksmaak wilt geven. Ook smaakt het heerlijk in gehakt en barbecuegerechten, je kan dan de witte peper weglaten bij het kruiden. De hoeveelheid moet je dan wel aanpassen, omdat chipotle een sterkere smaak heeft dan witte peper. Je zult dus echt moeten experimenteren!”

2. Lavendel

Deborah Megens: “Lavendel kennen we allemaal van de geur, maar je kunt de bloemetjes van lavendel ook eten. Zelfs de lavendel uit eigen tuin, als het maar niet bespoten is met bestrijdingsmiddel. Het smaakt lekker in zoete gerechten, zoals scones en (cup)cakebeslag. Bovendien krijg je dan ook nog leuke, paarse spikkels door je gerecht. In combinatie met honing is het ook lekker, dat smaakt weer goed bij vlees. Je moet wel heel voorzichtig met lavendel omgaan, want anders is het alsof je een hap zeep neemt.”

3. Gerookte paprikapoeder (pimenton)

Hanssen: “Je kan dit gebruiken bij alle recepten waar je al gewone paprikapoeder voor gebruikt. Dit gebruik je alleen nooit als alternatief voor de gewone paprikapoeder, maar echt als toevoeging door de sterke rooksmaak. Die toevoeging maakt het net wat spannender.” Tip van Hanssen: laat bij boontjes de nootmuskaat staan en gebruik een mix van gewone en gerookte paprikapoeder.

4. Tijm

Megens: “Het heeft een ietwat scherpe, bitterzoete smaak. Tijm is heel eigen, maar past bij ontzettend veel gerechten. Stoofschotels, sausjes, gebakken aardappels, peulvruchten: tijm smaakt er heerlijk bij. Je kunt ook heel makkelijk zelf tijmsiroop maken, dat helpt tegen hoesten. Kruiden zoals tijm en rozemarijn kun je trouwens ook heel goed mengen met grof zeezout. Als je dit in een mooie zoutmolen doet, heb je altijd een lekkere seasoning voor vlees staan.”

5. Majoraan (echte marjolein)

Megens: “Dit is zeg maar het zusje van oregano, wat eigenlijk ‘wilde marjolein’ heet. Majoraan is een zuidelijke plant en heeft een zachte, zoete en verfijnde smaak. Oregano is juist wat pittiger. Je gebruikt het wel zoals oregano, bijvoorbeeld over de pizza of andere Italiaanse gerechten.”

6. Rozemarijn

Rozemarijn kun je gedroogd kopen, maar is heel makkelijk zelf te kweken. Hanssen: “Wat fijn gesneden verse rozemarijn over je bruin gebakken aardappeltjes, een takje rozemarijn in de jus: het maakt al een heel verschil. In combinatie wordt rozemarijn veel spannender, vooral met peterselie, knoflook en tijm heeft het een goed huwelijk. Rozemarijn smaakt fantastisch bij wild en rood vlees, maar ook bij roerbakgroenten of fijngesneden over een salade.”

Tekst: Jeanine Bakker