Spaghetti carbonara, penne all’arrabiata of tagliatelle con pesto – ze staan bij iedereen op het menu. Maar vraag je je weleens af waarom jouw pasta láng niet zo lekker smaakt als in Italië? Dan is de kans groot dat je één van deze pastafouten maakt. Krik je kennis op en kook voortaan pasta als een echte Italiaan.

Fout 1: Het kookvocht weggooien

In Italië is het vocht waarin pasta gekookt wordt heilig. Dit zomaar door het afvoerputje gieten, is dan ook ondenkbaar. Waarom? Omdat je met een paar eetlepels van dit kookvocht je pasta naar een hoger niveau tilt. Pasta is van meel gemaakt en laat daarom tijdens het koken zetmeel achter in het water. Door het zetmeel werkt het pastawater als perfect bindmiddel. Voeg je een paar scheppen toe aan je pastasaus, dan krijg het een mooie, romige structuur. Bewaar daarom altijd een beetje om je pastasaus extra lekker te maken.

Fout 2: Olijfolie aan het water toevoegen

Er wordt vaak gedacht dat een scheutje olijfolie dé truc is tegen plakkerige pasta. Niets is minder waar. De olie drijft naar de bovenkant van het water, waardoor de pasta er geen baat bij heeft. Het heeft zelfs een negatief effect; als je het water afgiet, komt er een dun laagje olie om de pasta. Door dat laagje hecht de pastasaus zich niet goed meer aan de pasta, terwijl je dat juist wil. Laat de olijfolie dus in je keukenkastje staan.

Fout 3: Kant-en-klare pastasaus gebruiken

‘Je pasta is zo goed als de saus’, wordt wel gezegd. Het is dan ook meer dan logisch dat je met een kant-en-klare pastasaus geen geweldige pasta krijgt. Zo’n saus uit een potje heeft weinig weg van een echte Italiaanse saus en bevat vaak onnodig veel suiker en zout. Een lekkere pastasaus maken, hoeft gelukkig geen rocket science te zijn. Deze groentesauzen zijn binnen een paar minuten gemaakt.

Fout 4: De instructies op de verpakking volgen

Tijdens het koken van pasta, kun je beter op je mond vertrouwen dan op de verpakking. Pasta hoor je al dente – beetgaar – te eten. Gebruik de kooktijd op de verpakking daarom als richtlijn en proef af en toe. Het beste is om de pasta kort in de saus mee te koken. Giet het daarvoor iets te vroeg af en voeg het toe aan de saus. De pasta gaart dan vanzelf verder. Verse pasta is trouwens vliegensvlug gaar, een paar minuten zijn voldoende.

Fout 5: Niet wachten tot het water kookt

Voeg je altijd meteen de pasta toe aan het water? Het loont om geduld te hebben tot het water kookt. Anders loop je het risico op een slappe en papperige hap. Zet dus eerst een pan met water op het vuur en voeg de pasta toe zodra het water kookt.

Fout 6: Vergeten te roeren

Kleverige pasta voorkomen, is eigenlijk te simpel voor woorden. Het enige wat je nodig hebt, is een goede timing en een lepel. Het zetmeel dat tijdens het koken vrijkomt, zorgt ervoor dat de pasta gaat plakken. Roer je in de eerste twee minuten de pasta goed door, dan verstoor je dit kleefproces. Eitje dus!

Fout 7: De pasta in te weinig water koken

Op de verpakking van pasta staat niet voor niets: ‘Kook in ruim water’. Gebruik je een ieniemienie steelpannetje, dan krijg je een soort behangplaksel in je pan. Het zetmeel wordt dan niet genoeg verdund en maakt de pasta slap(per). Ook daalt de temperatuur van een grote pan water langzamer. Je pasta is daardoor sneller klaar. Een handige richtlijn: neem een liter water per 100 gram pasta.

Fout 8: De kliekjes niet bewaren

Oké oké, koude pasta zie je nooit in Italië op de kaart staan. Toch willen we je overtuigen om restjes pasta niet meteen weg te gooien. Van zo’n kliekje maak je niet alleen een smaakvolle lunch (doei saaie boterham!), maar maak je ook je darmen blij. Dat zit als volgt: als pasta afkoelt, verandert het zetmeel van structuur. Het ondergaat een proces dat ‘retrogradatie’ wordt genoemd – het wordt resistent. De enzymen in je dunne darm kunnen het zetmeel daardoor niet meer goed afbreken. Ze sluizen de pasta deels onverteerd door naar je dikke darm. Voor de bacteriën in je darmen is dat feest; zij zijn dol op al die zetmeeldeeltjes. Ze fermenteren het zetmeel en zetten dat om in gezonde voedingsstoffen. Een koude pastasalade kan daarom bijdragen aan een darmflora in topconditie. Ook mooi meegenomen: de kans op een flinke suikerdip na het eten van koude pasta, is kleiner. De glucose uit het zetmeel komt namelijk voor een kleiner deel in je bloed terecht.