Wie vlees, kaas en melkproducten vervangt door plantaardige voedingsmiddelen, eet minder verzadigd vet. Dat is niet alleen goed voor je lichaam, maar het is ook goed voor onze planeet. Dierlijke producten zijn ook een belangrijke bron van ijzer en calcium. Kan de inname van ijzer dan wel op peil blijven vervangen van vlees door plantaardige producten? Het RIVM zocht dit samen met de universiteiten Groningen en Wageningen UR uit.

Wat gebeurt er als we minder vlees en zuivelproducten eten?

In de studie is berekend wat er gebeurt als jonge vrouwen vlees en zuivel gedeeltelijk, of helemaal, vervangen door plantaardige vervangende voedingsmiddelen. Het blijkt dat we dan minder verzadigd vet binnenkrijgen, maar de ijzerinname hoeft niet af te nemen. Liesbeth Temme (RIVM): “Voldoende ijzer is belangrijk voor vrouwen. Door de maandelijkse cyclus hebben vrouwen eerder een tekort aan ijzer, wat bloedarmoede kan veroorzaken. Het is belangrijk dat die voorziening op peil blijft.
Vandaar dat we dat in dit onderzoek in kaart brachten. De studie is gedaan op basis van berekeningen, met gegevens van de voedselconsumptiepeiling bij 389 vrouwen van 19 tot 30 jaar.”

Eten we te veel vet door dierlijke producten?

Uit de studie van het RIVM blijkt dat wie vlees, kaas en melkproducten vervangt voor plantaardige voedingsmiddelen, minder verzadigd vet eet. Het zijn juist deze producten die de belangrijkste bron van verzadigd vet in onze voeding zijn. “Voeding met een hoger gehalte aan verzadigde (harde) vetten kan het risico op hart- en vaatziekten verhogen”, zegt Temme. Volgens de Gezondheidsraad zou niet meer dan 10% van de calorieën afkomstig zou moeten zijn uit verzadigd vet (dat is ongeveer 28 gram verzadigd vet per dag voor mannen en 22 gram voor vrouwen). Volgens Temme zitten we daar nu overheen. “Volgens deze studie is nu gemiddeld 13 procent van de calorieën afkomstig van verzadigde vetten.”

De studie berekende ook het effect van minder vlees en zuivel op het milieu

“Uit onze berekeningen blijkt dat het grondoppervlak dat nodig is voor de voedselproductie bij gedeeltelijk vervangen van vlees en zuivel met 16 procent afneemt en bij het geheel vervangen zelfs met ongeveer 50 procent.”

Moeten we daarom vlees en zuivel van ons boodschappenlijstje schrappen?

Temme: “Dat is aan mensen zelf om te af te wegen, wij brengen de effecten van mogelijke vervangingen in kaart zowel wat betreft enkele gezondheidsaspecten als enkele milieuaspecten.  Dit soort studies heeft een signalerende functie.  Als er tekorten gesignaleerd worden, kan dat een aanleiding zijn om verder onderzoek te gaan doen bijvoorbeeld naar het ijzergehalte van het bloed. Over andere vitamines en mineralen in vlees en zuivelproducten kan de onderzoekster nog niets zeggen. “In vervolgstudies zullen we uitgebreider kijken naar vitamines en mineralen, zoals calcium, zink en de B vitamines.” Ook de inname van suiker moet verder onderzocht worden.

Wat is het meest haalbaar?

Temme: “Onze schattingen geven aan dat als de jonge vrouwen bijvoorbeeld twee dagen vlees bij de warme maaltijd vervangen door plantaardige producten, zoals peulvruchten, tahoe en vleesvervangers, ze gemiddeld acht procent minder verzadigde vetzuren binnen krijgen ten opzichte van de uitgangssituatie.” Vlees vervangen kan ook prima buiten de warme maaltijd. “Nederlanders zijn echte broodeters. Vleeswaren en ook kaas voor op de boterham zijn voor de schattingen in de studie geheel of gedeeltelijk vervangen door plantaardige producten, zoals jam, hagelslag, groentespread en pindakaas.

Vleesvervangers, maar ook plantaardige vervangers voor kaas en melkproducten, bevatten minder verzadigde vetzuren, maar soms wel meer suiker. Dit laatste geldt vooral voor zoet plantaardig broodbeleg

“Dat klopt. Daarom doen wij in dit onderzoek meerdere aanbevelingen. Als je wilt dat mensen meer kiezen voor plantaardige vervangers op de boterham, moeten we bijvoorbeeld bedrijven stimuleren om broodbeleg te ontwikkelen dat smakelijk en plantaardig is met een laag gehalte aan verzadigd vet, weinig zout en weinig suiker.”