Kun jij een paar vleesvervangers opsommen? Vast wel: van de groenteburger tot de kaasschnitzel. Oké, en hoeveel visvervangers ken je? Daar stokt het waarschijnlijk veel sneller. Lijnzaad, noten … maar die leveren allemaal geen EPA en DHA. Waar is die batterij aan visvervangers in de supermarkt? We gingen op onderzoek uit.

Bijna iedereen kent vleesvervangers, maar visvervangers zijn relatief nieuw voor ons. Bijzonder, omdat juist vis essentiële vetzuren bevat die niet in (veel) andere voedingsmiddelen voorkomen. Natuurlijk zijn er (duurzame) supplementen, in de vorm van visolie en algenolie. En plantaardige producten zoals lijnzaadolie en walnoten bevatten wel ALA, wat in het lichaam wordt omgezet in EPA en DHA. Maar de vraag is of dit efficiënt genoeg gebeurt en je daarmee je portie essentiële vetzuren binnenharkt.

Waarom zijn er tientallen vleesvervangers, maar is het zoeken naar een speld in een hooiberg als het gaat om alternatieven voor vis? Van volwaardige (plantaardige) alternatieven tot ‘vegetarische vis’. De Vegetarische Slager is ermee aan het experimenteren, in Taiwan zijn ze vrij ver met de productontwikkeling en bij drogisterijen kun je duurzame algenolie vinden, maar in de supermarkt is er nog geen schap met volwaardige visvervangers.

We geven vier redenen waarom visvervangers met omega-3-vetzuren niet hot zijn op dit moment.

Waarom zijn er zo weinig volwaardige alternatieven voor vis?

Reden 1: Vis heeft een lage knuffelfactor

We rijden allemaal wel eens langs een varkensstal, lezen over de bio-industrie en hebben een mening over de grootschalige productie van vlees. Dierenleed uit de voedingsindustrie linken we aan koeien, varkens en kippen. Maar vissenwelzijn speelt een stuk minder, vertelt foodtrendwatcher Marielle Bordewijk in gezondNU. “In de zee hebben de vissen het niet zozeer slecht, dat is hun natuurlijke habitat. De visdiscussie gaat niet over de nadelige gevolgen voor de dieren, maar draait om het feit dat we de zee niet moeten leegvissen.”

Reden 2: Onduidelijke omega-3 richtlijn

Bij groente is het advies: eet zoveel mogelijk. Bij vis kun je dat niet zeggen, omdat heel veel vis eten niet gezond is. Het is ook niet precies duidelijk hoeveel omega-3-vetzuren een persoon gemiddeld nodig heeft, wat precies de behoefte is en hoe je kunt aantonen dat iemand een omega-3-tekort heeft.

Reden 3: Geen vraag naar visvervangers = geen aanbod

Wat mogelijk ook meespeelt in het feit dat er geen visvervangers zijn, is dat mensen helemaal geen vis willen vervangen! Veel mensen houden niet van de smaak van vis, vinden het lastig om klaar te maken of te duur. Jeanne de Vries, voedingskundige en diëtist-onderzoeker: “We gaan pas iets vervangen als we iets missen qua smaak of structuur. We gaan minder snel iets vervangen vanuit gezondheids- of duurzaamheidsoverwegingen.” Als er weinig behoefte is vanuit de consument, spelen producenten er ook niet makkelijk op in.

Reden 4: Lastig om de smaak na te bootsen

Een vierde, niet geheel onbelangrijk reden, waarom er geen visvervangers zijn: het is helemaal niet zo gemakkelijk om vis na te bootsen. Vooral de vissmaak is erg lastig. Sommige producenten, zoals de Vegetarische Slager, slagen er mondjesmaat in om visvrije vis te maken. Maar vis, is nog te veel … vis.

Benieuwd naar nog meer redenen waarom de visvervangers schaars zijn? Wat de rol is van algen? En wat nu de mogelijkheden zijn om duurzaam aan je omega-3-vetzuren te komen? Je leest het allemaal in het maartnummer van gezondNU.