Het smaakt naar vlees, het ruikt naar vlees en het is … soja? Lupine? Jaap Korteweg verkoopt vlees waar geen dier aan te pas komt. “Ons ideaal is om vleeseters te laten beleven dat ze helemaal niets missen als ze vlees één of meer dagen achterwege laten.” Een interview met een idealist en lekkerbek.

In de koeling liggen gehaktballen, shoarma en kip. Als je niet beter zou weten, zou je echt denken dat je in een slagerij stond. Maar niets is minder waar. Bij de vegetarische slager Jaap Korteweg ligt geen enkel dood dier.

Twee jaar geleden ontmoette gezondNU de vegetarische slager voor het eerst. Hoe is het nu? De vegetarische slagerij blijkt big business – zijn producten zijn steeds vaker gewoon in de supermarkt te vinden, zijn vega-gehaktbal werd derde in een landelijke test en hij reist de hele wereld over om zijn vleesvervangers te promoten. “Ik streef ernaar om wereldwijd de dierenindustrie met mijn producten te vervangen.”

Groente, lupine en soja

Als basis voor zijn vleesvervanger gebruikt vegetarische slager Korteweg groenten, soja en lupine. Als het aan hem ligt staat Nederland vol met de paars-witte bloem lupine en wordt dit jaar voor de eerste keer soja voor hem geteeld: “Het is samen de perfecte grondstof voor goede vleesvervangers: de bonen van de plant zijn nog eiwitrijker dan vlees, groente barsten van de vezels en lupine is heel makkelijk te telen.”

Maar smaakt het echt naar vlees? “De Telegraaf heeft onze ambachtelijke gehaktballen laten testen door een jury van slagers voor de jaarlijkse gehaktballenwedstrijd. We werden nummer drie van de ruim veertig inzendingen met een vegetarische bal.”

Ook toen gezondNU bij de slagerij op bezoek ging, hadden we die sensationele ervaring. We zagen vlees, we roken vlees, maar het was geen vlees. “Het is dat ik beter weet, maar als ik dit in een restaurant geserveerd zou krijgen, zou ik niet geloven dat het géén kip is, zo smaakt het naar kip”, noteerde de journalist.

Ziek door gif

Natuurlijk begint niemand zijn loopbaan als vegetarische slager. Korteweg begon zijn carrière als boer; hij nam het akkerbouwbedrijf van zijn vader over. Net als iedereen in die tijd bespoot hij zijn land met chemische middelen. Totdat hij ziek werd. “Ik had de dag ervoor mijn land bespoten. Dat deden we toen nog op tractors zonder cabine. De hele dag had ik in de gifwalm gezeten. Ik werd zo ziek dat ik drie dagen op de intensive care belandde. Ik werd me langzaam bewust van de schade die de landbouwmethoden aanrichtte aan mens en milieu. Dat wilde ik niet meer.”

Geen dier meer nodig

Korteweg werd biologisch akkerbouwer en in die periode brak de varkenspest uit. Dat was voor hem de reden om vegetariër te worden. “Dat was moeilijk, want ik was een groot vleesliefhebber. Ik miste de smaak en de bite van vlees.”

Dat zette hem aan het denken: “Die dieren doen niets anders dan tarwe, bonen en gras omzetten in iets dat wij lekker vinden. Waarom hebben we daar in deze tijd eigenlijk nog een dier voor nodig? Is er geen mogelijkheid om direct een op vlees lijkend product te maken van het plantaardige eiwit dat we als veevoer gebruiken?” Zo gezegd, zo gedaan.

Over de grens

Na veel productontwikkeling, talloze keren proeven en verbeteren, loopt De Vegetarische Slager inmiddels als een trein. “Het gaat heel hard. We hebben meer dan duizend verkooppunten zoals slagerijen, restaurants, ecologische winkels en zelfs supermarkten.”

“Ik merk dat het wereldwijd steeds meer leeft. Veel Europese landen tonen interesse, maar ook Brazilië, India, Australië en de Verenigde Staten. Er komt een nieuwe generatie vleeseters aan. “

Maar het niet is niet alleen lekker, het is ook noodzaak onderstreept hij. “Als we niets doen aan de vleesconsumptie. Krijgen we over een aantal jaar voedseltekorten.”