Laat je (bepaalde) dierlijke ingrediënten of producten liever links liggen? Dat is ingewikkelder dan je zou denken. Producten waarvan we verwachten dat ze plantaardig zijn, kunnen namelijk een dierlijk ingrediënt bevatten. En als het minder dan twee procent is of om een technische hulpstof gaat, hoeft het niet altijd op de verpakking te staan.

“Voor vegetariërs, veganisten en diverse gemeenschappen is dit heel vervelend,” zegt Meike Rijksen, campagneleider van Verborgen Dieren. “Het probleem ligt in de onduidelijkheid. De consument moet weten wat hij koopt.” Dat probeert de organisatie Foodwatch met hun campagne Verborgen Dieren dan ook voor elkaar te krijgen. Rijksen: “Een icoon of vermelding zou al voldoende zijn.” Soms staan dierlijke ingrediënten wel vermeld, maar dan als E-nummer of met een andere onduidelijke benaming. Dierlijke E-nummers zijn bijvoorbeeld E120/karmijnzuur, E542, E920 en bepaalde aroma’s.

Gedateerde wetten

De etiketteringsregels waar producenten zich aan moeten houden, dateren uit 1978. Een tikkeltje oud om nu nog van dienst te zijn. Daarom worden nieuwe regels opgesteld die per 13 december 2014 ingaan. Zo wordt het dan verplicht om een voedingswaardevermelding op de verpakking te plaatsen, wordt de lettergrootte aangepast en de allergeneninformatie opnieuw vormgegeven.

Over verschillende onderwerpen is nog geen besluit genomen, waaronder de claim ‘Geschikt voor vegetariërs of veganisten’. Zou dat dan de oplossing zijn? Rijksen vindt het een grote stap in de goede richting. “Maar je hebt meer mensen die de dupe zijn van de onduidelijkheid, denk aan joodse, hindoestaanse en islamitische gemeenschappen. Voor hen is die claim niet voldoende.” Ook is het nog onduidelijk of alle dierlijke ingrediënten – dus ook technische hulpstoffen en ingrediënten die minder dan twee procent van het product bedragen – bij die keuring worden meegenomen.

Pas dus goed op! Om je een beetje op weg te helpen in het labyrint der etiketten, geeft gezondNU de belangrijkste tips: 

1. Kijk naar de volgorde van de ingrediënten

De lijst van ingrediënten is niet zomaar een opsomming. Het ingrediënt wat het eerst wordt genoemd, komt het meest voor in het product. Hoe verder naar achteren een ingrediënt staat, hoe minder er in zit. Is suiker bijvoorbeeld het eerste ingrediënt op een pak sap, dan weet je dat er meer suiker inzit dan alle andere ingrediënten die volgen.

2. Let op schuilnamen

Mensen willen steeds gezonder eten en fabrikanten zijn daar van op de hoogte. Zij doen er dus alles aan om consumenten voor het lapje te houden. Dit doen ze door andere namen te bedenken voor bijvoorbeeld geur- kleur- en smaakstoffen. Zo staat suiker onder ontzettend veel verschillende namen vermeld op de verpakking. Sucrose, Fructose(stroop), glucosestroop en maltodextrine zijn daar een paar voorbeelden van.

3. Vermijd E-nummers

E-nummers zijn al jarenlang een discussiepunt. Ons advies: probeer ze zoveel mogelijk te vermijden. Sommige E-nummers zijn geheel natuurlijk, maar als er veel soorten in zitten, laat het dan in het supermarktschap staan. Van veel E-nummers is namelijk nog niet bekend wat ze precies voor functie hebben en wat ze met je lichaam doen.

4. Geloof niet alles wat op de voorkant staat vermeld

De voorkant van een verpakking is dat wat de consument als eerste ziet en dus het reclamebord van de producent. Vaak staan er allerlei kreten op, maar veel daarvan zijn marketingtrucs. Zo staat op veel verpakkingen ‘rijk aan vezels’, terwijl de producent ze kunstmatig heeft toegevoegd. Kijk goed naar de achterkant, daar moet vermeld staan wat er echt inzit.

5. Gebruik zoveel mogelijk onbewerkte producten

Van onbewerkte producten weten we dat er geen vreemde dingen mee zijn gebeurd. Je weet dus precies wat jet eet. Denk aan noten, granen, zaden, paddenstoelen en peulvruchten.

Als je dit lijstje probeert aan te houden, ben je al heel goed op weg!