Spruitjesschotel, boerenkoolstamppot of bleekselderij. ‘Bah’, zeiden we vroeger. Dat eet toch niemand?! Maar als we nu naar de (super)markt gaan, verdwijnen deze groenten juist in onze boodschappenkar. Niet omdat we het moeten eten, maar omdat we het lekker vinden. Hoe kan dit? Voedingspsycholoog Marijke Elzinga: “We worden al geboren met smaakvoorkeuren”.

Waarom vinden we niet al het eten meteen lekker?

“Daarvoor moeten we jaren terug. In de oertijd moesten mensen op hun smaak afgaan. Zoete dingen bleken goed te zijn en vonden we meteen lekker. Maar als iets bitter was, kon het giftig of over tijd zijn. Je kon er zelfs aan overlijden. Voeding werd dus eerst geproefd om te kijken of het veilig was. Als je het een paar keer had gegeten (en je leefde nog!), dan wist je dat het veilig voedsel was. We zijn dus geboren met een aantal aangeboren smaakvoorkeuren. Dat zit allemaal in ons brein.”

Wat heeft ons brein te maken met onze voedingskeuzes?

“Heel veel. Smaak nemen we waar via de smaakpapillen in onze mond. Dat zijn zenuwuiteinden die op onze tong zitten. Die sturen informatie door naar onze hersenen en nemen onze smaak weer. Onze hersenen zetten dit om in een soort van signalen. Oftewel, wat we proeven zit allemaal in ons brein opgeslagen.”

Vooral veel kinderen vinden bepaalde groenten niet lekker. Waarom?

“Kinderen zijn een soort van fijnproevers. Bij onze geboorte hebben we tienduizend smaakpapillen, op tachtigjarige leeftijd zijn dit er nog maar drieduizend. Sommige kinderen hebben zelfs meer dan tienduizend smaakpapillen, dat zijn echt superproevers. Kinderen zijn dus extra gevoelig voor bittere smaken. En wat doen groenten? Die stimuleren onze bittere smaakpapillen. Je zult kinderen dus meerdere keren iets moeten aanbieden, voordat ze deze smaak lekker vinden.”

Maar ook veel volwassenen vinden een bepaalde groentesoort nog steeds niet lekker, toch?

“Dat klopt. Het gaat ook niet alleen om het proeven, maar ook om het gedrag, de omgeving en de context. In Aziatische gezinnen wordt bijvoorbeeld scherp en pittig gegeten. Grote kans dat die kinderen later een voorkeur hebben voor scherp eten. Als je in de kindertijd weinig verschillende smaken kreeg voorgeschoteld, dan kan je een eenzijdig eetpatroon ontwikkelen. Vergeet ook niet: smaak verandert door de jaren heen. Tijdens de zwangerschap hebben hormonen invloed op wat je wel of niet lekker vindt. Zo hebben vrouwen de eerste maanden van de zwangerschap een sterke afkeer tegen bitter. Dat heeft ook te maken met de evolutie: ze moeten gezond en veilig eten, omdat je een kind bij je draagt. Wat de moeder eet, komt via het vruchtwater binnen bereik van de baby. Die went dus aan het eetpatroon van de moeder. Ook kan je groenten ineens niet meer lekker vinden. Vaak heb je dan een nare ervaring gehad; je werd bijvoorbeeld ziek van witlof. Die informatie is dan in je brein opgeslagen.”

Hoe zit het dan met groenten die je na tientallen jaren ineens wel lekker vindt?

“Als je volwassen wordt, ga je minder naar je ouders kijken en meer naar je vrienden. Hoe gaan zij om met eten? Vinden zij dingen lekker die jij niet lekker vindt? Je zult sneller geneigd zijn om het dan toch te proberen. En dan loop je misschien tegen iets aan waarvan je eerst dacht het niet lekker te vinden. Hetzelfde geldt voor partners, die hebben een heel grote invloed. Je brein kan zich dan over dingen heen zetten en je smaak aanpassen. Dat heeft ook te maken met ervaring, anders in het leven staan en op onderzoek uitgaan. En dus met het aantal smaakpapillen. Naarmate je ouder wordt, kan dus dezelfde smaak anders proeven.”

Eten wordt nog leuker als je het zelf bij elkaar sprokkelt. Het boek Wild plukken brengt je terug naar de oertijd. Wat kun je wel en niet eten? »